Mensenwerk nieuwsbrief ESF+ (2021-2027) - nummer 1

Dit is het eerste officiële nummer van 2022 van Mensenwerk. De nieuwe versie van de nieuwsbrief gewijd aan het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+). Hierin vindt u nieuws en artikelen over projecten medegefinancierd door de Europese Unie. Abonneren op deze nieuwsbrief doet u via deze link: https://bit.ly/3EnlTlW

ESF+: 413 miljoen euro voor de meest kwetsbaren

Nederland kan tot en met 2027 413 miljoen euro uit het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) inzetten om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt te versterken. Of ze een baan zoeken of al werk hebben. Voor het eerst in de geschiedenis van het fonds kan het subsidiegeld in Nederland óók worden gebruikt voor voedsel- en materiële hulp. Welke mogelijkheden biedt dit? We vroegen het aan Pieter Melis, coördinerend beleidsmedewerker, en Veena Balgobind, teamleider ESF. Beiden werkzaam bij het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

Augustus 2022. De Europese Commissie geeft groen licht voor de Nederlandse invulling van het nieuwe ESF-programma, ESF+. ‘We stellen nu verschillende tijdvakken voor subsidie open, voor verschillende programmaonderdelen. Het programma loopt zeven jaar, minimaal tot en met 2027’, vertelt Pieter. In tegenstelling tot andere subsidieregelingen, zoals het STAP-budget en de Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU), richt ESF+ zich op mensen met de meest kwetsbare arbeidsmarktpositie. Nu heel Nederland staat te springen om personeel, is het extra belangrijk dat ook zij meedoen op de arbeidsmarkt.

Werkenden en werkzoekenden met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt

Ongeveer 80 procent van het Europese geld is beschikbaar gesteld voor programmaonderdelen waar het ESF in zijn 65-jarige bestaan vooral om bekend staat. Zo kunnen sectorfondsen subsidie aanvragen om bijvoorbeeld werknemers de kans te geven zich bij te scholen, of basisvaardigheden te leren, zoals taal- en digitale vaardigheden. Of het nu gaat om de luchtvaart, de installatie- of uitzendbranche. En gemeenten in de 35 arbeidsmarktregio’s kunnen met behulp van ESF-gelden onder andere casemanagers inschakelen die werkzoekenden naar werk begeleiden. ‘Voorheen moesten gemeenten zich richten op kwetsbare werkzoekenden en sectoren op kwetsbare werkenden. Dat onderscheid is binnen ESF+ losgelaten’, benadrukt Veena.

Kwetsbare jongeren

Ook is het net als voorgaande jaren mogelijk om ESF-subsidie aan te vragen om kwetsbare jongeren te helpen richting werk. Een mooi voorbeeld van wat dat op kan leveren leest u in deze nieuwsbrief, in het artikel over Pantarijn Wageningen Praktijkonderwijs. Pieter: ‘De gemene deler bij dit onderdeel? Het gaat altijd om jonge mensen voor wie het lastig kan zijn om een startkwalificatie te behalen. Met arbeidsmarktgerichte scholing – mogelijk gemaakt met ESF-subsidie – krijgen ze een betere positie op de arbeidsmarkt.’

Gedetineerden

Het nieuwe programmaplan voorziet ook traditiegetrouw in subsidie aan de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) om de arbeidsmarktpositie van gedetineerden te verbeteren. ‘Mensen in detentie kunnen bijvoorbeeld een vak leren of een opleiding volgen. Zodat ze als ze eenmaal weer terugkeren in de maatschappij meer kans hebben om een baan te vinden’, legt Pieter uit.

Van voedsel tot hulp om uit de problemen te komen

De overige 20 procent van de ESF-gelden zijn bestemd voor voedselhulp, actieve inclusie en sociale innovatie. De gedachte daarachter is dat mensen met een slechte arbeidsmarktpositie ook vaak kampen met andere problemen, zoals armoede, schulden en mentale issues. Waardoor het zelfs lastig wordt om in de primaire levensbehoeften te voorzien.

‘Voor het eerst wordt een deel van het geld uit het ESF ingezet voor voedselhulp en materiële basisgoederen, zoals pakken rijst of menstruatieproducten’, zegt Veena. Pieter vult aan: ‘Met daaraan gekoppeld begeleidende maatregelen die mensen verder op weg moeten helpen. Denk aan een verwijzing naar schuldhulpverlening of bemiddeling bij het vinden van een woning. Daarnaast heeft dit onderdeel van het ESF specifiek aandacht voor kinderen die in armoede leven. Dit kan bijvoorbeeld door het verstrekken van schoolspullen of kleding. Zo hopen we die groep te helpen die het hardst worden geraakt door de crisis.’

Actieve inclusie en sociale innovatie

In dat licht is er ook geld gereserveerd voor projecten die gaan over sociale inclusie. Centraal staat daar de vraag wat iemand nodig heeft aan ondersteuning om de stap naar werk te maken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat iemand diep in de schulden zit en daar mentaal en praktisch zoveel ellende van ondervindt dat werken geen optie is. ‘Mensen vragen me soms of we ook schulden gaan aflossen met ESF-gelden. Dat is natuurlijk niet het geval. Maar je zou mensen wel kunnen ondersteunen met bijvoorbeeld een schuldhulpverleningstraject’, aldus Pieter.

Ook voor projecten rondom sociale innovatie is ruimte. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Veena: ‘Denk aan projecten waarbij op een innovatieve manier wordt gekeken naar hoe je de doelgroep van het ESF kunt ondersteunen.’ ‘Niet volgens gebaande paden, maar op een vernieuwende manier. Net als bij het programmaonderdeel voor voedselhulp doen we een open oproep: kom maar met jullie ideeën. Dit staat nog in de kinderschoenen, het wordt de komende maanden verder uitgedacht’, licht Pieter verder toe.

ESF-subsidie aanvragen ingewikkeld? Dat valt mee

Als onderdeel van Dienstverlening, Samenwerkingsverbanden en Uitvoering (DSU) hoort Veena geregeld van partijen met wie zij aan tafel zit dat zij aarzelen om subsidie aan te vragen vanwege de administratieve druk – het gevolg van Europese verplichtingen. Zowel bij de aanvraag als de verantwoording achteraf. ‘Die beeldvorming is hardnekkig. We hebben deze feedback geregeld teruggelegd bij Pieter en zijn collega’s van beleid. Die werken daar al aan sinds 2014. Met succes. Het aanvragen van subsidie is nu sterk vereenvoudigd’. En als een partij een subsidie van het ESF in de wacht heeft gesleept? Volgens Veena helpt DSU dan ook zo goed mogelijk bij het achteraf afleggen van de verantwoording. Pieter: ‘Een subsidie krijgen is makkelijker dan de meeste mensen denken. Er liggen mooie kansen. Voor gemeenten, voor sectoren, voor organisaties. Ik daag hen uit om ook na te denken over hoe zij invulling kunnen geven aan de nieuwe onderdelen van het ESF+. Met dit geld kunnen veel mensen die in de knel zitten worden geholpen.’

Meer weten? Ga naar https://www.uitvoeringvanbeleidszw.nl/subsidies-en-regelingen/esf

Op de foto: Pieter Melis van de directie Participatie en Decentrale Voorzieningen en Veena Balgobind van Uitvoering Van Beleid.

Foto van twee collega's van het ministerie van SZW voor een fotoschilderij

Extra kansen voor leerlingen praktijkonderwijs

Van een lascabine in het technieklokaal tot het inhuren van examinatoren. Pantarijn Wageningen Praktijkonderwijs (PrO) heeft de ontvangen ESF-subsidie goed besteed. ‘Bij elke uitgave uit deze pot staat maar één vraag centraal: draagt dit bij aan de route die een leerling maakt?’. Een interview met teamleider Charl Pes.

Konijnen verzorgen. Soep maken volgens een recept. Ontdekken hoe je een lamp verwisselt. Op Pantarijn Wageningen PrO wisselen de circa 125 leerlingen praktische vakken af met theoretische vakken, zoals Engels, Nederlands en wiskunde. ‘Dat is prettig voor deze jongeren, omdat ze meer moeite hebben met schools leren en inzichtelijk zwakker zijn. De helft van onze leerlingen komt uit het reguliere basisonderwijs, de andere helft uit het speciaal basisonderwijs. Ons doel is deze jongeren een gedegen voorbereiding te geven  voor een zelfstandig bestaan en toeleiden tot de arbeidsmarkt.’

Branchecertificaten halen

Het extra geld dat de school via het Europees Sociaal Fonds ontvangt, moet leerlingen helpen om dit doel te bereiken. ‘Een voorbeeld? In de eerste twee jaar krijgen de leerlingen onderwijs in alle praktijkvakken. Daarna kiezen ze een sector waarin ze willen werken, zoals techniek, groen, detail, dienstverlening of horeca. Veel werkgevers in die sectoren stellen het op prijs als werknemers bepaalde branchecertificaten op zak hebben. Denk aan een vorkheftruck certificaat. Of aan SVA 1- en 2-trajecten (Scholing voor Arbeid) die in alle sectoren gegeven worden, zoals ‘Werken in de dierenverzorging’ of ‘Werken in de keuken’. Het Europees geld gebruiken we hiervoor.’   

Korte en intensieve cursussen

Om de slagingskans van leerlingen te vergroten, bijvoorbeeld voor het VCA-certificaat, huurt Pantarijn PrO een instructeur in die de bovenbouwleerlingen in korte tijd een intensieve cursus geeft. VCA staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers. Vervolgens komt een externe examinator toetsen of de leerlingen aan de eisen voldoen die binnen deze branchecursus worden gesteld. ‘Zo vergroot je hun kansen op de arbeidsmarkt enorm. En we zijn trots op de opbrengst van deze aanpak: het aantal leerlingen dat op deze manier het VCA-certificaat haalt ligt boven de 90 procent.’

Doen waar je goed in bent

Het motto van Pantarijn is ‘ontdek je talent’. Specifiek voor PrO is dat vertaald naar ‘doen waar je goed in bent’. Om leerlingen de kans te geven te ontdekken waar ze goed in zijn, is een zo rijk mogelijke leeromgeving cruciaal. Met behulp van de ESF-gelden heeft het technieklokaal sinds kort een lascabine. ‘Wij zijn een relatief kleine school. We hadden eigenlijk te weinig leerlingen die lassen wilden leren, om zo’n dure uitgave te rechtvaardigen. Maar wat zijn we blij dat we deze cabine nu hebben. Want wat blijkt Ineens zien we leerlingen achter wie we het nooit hadden gezocht, goed zijn in lassen. Zelfs leerlingen in de eerste klas. Als leerlingen ervaren ergens goed in te zijn, geeft dat zelfvertrouwen. Hoe meer je kunt aanbieden aan verrijkend materiaal, hoe groter het plezier in school wordt. En hoe groter de kans dat een leerling hierna ofwel instroomt op het mbo, ofwel de arbeidsmarkt betreedt.’

Rol ouders en leerlingen

Pantarijn PrO informeert ouders over de inzet van ESF-gelden. Hen wordt op het hart gedrukt dat het bijvoorbeeld belangrijk is dat een leerling op tijd bij de externe examinator verschijnt. ‘ESF is gemeenschapsgeld. Dat willen we netjes en goed inzetten. Leerlingen mogen vrijwillig meedoen, maar niet vrijblijvend. Dat mogen ouders weten. Sterker nog, we benadrukken dat als een leerling niet komt opdagen, de rekening bij de ouders op de mat valt. Uiteraard zijn onze leerlingen daarvan ook op de hoogte.’

Charl is ervan overtuigd: de ESF-gelden en de manier waarop die op Pantarijn PrO worden ingezet, dragen eraan bij dat leerlingen na het afronden van hun praktijkschool goed terechtkomen. ‘Bijna 100 procent van onze leerlingen stroomt door naar een baan of een opleidingstraject. Een resultaat waar we enorm trots op zijn - natuurlijk ook mogelijk gemaakt door onze bevlogen docenten en ons stagebureau’.

De gemeente Ede diende als centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Foodvalley voor schooljaar 2020-2021 een subsidieaanvraag in voor zowel ESF als het Coronacrisisfonds REACT-EU, bestemd voor het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) en het Praktijkonderwijs (Pro).

Op de foto: leerling aan het lassen in de lascabine.

Leerling die last

Vanuit het groen werken naar een plek op de arbeidsmarkt

Tweehonderd kippen, een grote moestuin waar in het najaar nog palmkool, snijbieten, pastinaak, ui en pompoen is te vinden: dit is het werkterrein voor zo’n 20 werkzoekenden. Met een schoffel verwijderen ze onkruid, helpen ze met het schoonmaken van de kippenren en het voeren van de dieren. De groentes en eieren worden verkocht in een klein winkeltje. In deze Ecotuin doen werkzoekenden nieuwe ervaringen en inzichten op die hen helpen richting de arbeidsmarkt.

Persoonlijk traject

‘De stap naar werk kan voor onze deelnemers overweldigend zijn. Sommigen is het nooit gelukt een baan te vinden, anderen lukt het niet om een baan te houden’, vertelt Marianne Haakmat, manager participatie en verantwoordelijk voor de Ecotuin. ‘Veel mensen leefden hierdoor lang geïsoleerd en hebben het vertrouwen in zichzelf en de omgeving verloren. Soms kampen ze met psychische problemen, met schulden of verslaving.’ De Ecotuin helpt hen zo goed mogelijk de boel weer op de rails te krijgen. Met elke werkzoekende wordt een persoonlijk traject gemaakt, waarin het draait om  wat iemand wil en kan. ‘Hier maken ze voor het eerst sinds lange tijd weer deel uit van een team. Op de tuin hebben ze collega’s, dragen ze zorg voor dieren. En ze zien dat hun werk resultaat oplevert. Dat zijn belangrijke ervaringen als opmaat voor een volgende stap’, aldus Haakmat.

Vinden van een reguliere baan

De deelnemers beginnen met twee dagdelen per week op de tuin, langzaam wordt dat verder uitgebreid. In een periode van een half jaar worden ze geholpen met de stap naar de arbeidsmarkt. Sommige mensen vinden een reguliere baan. Anderen vragen een indicatie aan voor een garantiebaan, zodat ze met een loonkostensubsidie aan de slag kunnen. Weer andere deelnemers vervolgen hun weg in ‘beschut werk’, voorheen de sociale werkvoorziening van DZB. ‘Een mooi voorbeeld? Van een man die tien jaar thuis had gezeten, worstelde met allerlei problematiek en de stap richting werk niet durfde te maken, maar het wél wilde. Geleidelijk kreeg hij in de Ecotuin weer het zelfvertrouwen. Uiteindelijk is hij in een heel ander werkveld terecht gekomen en doet nu waar zijn hart ligt: hij kwam uit de techniek en werkt nu in de zorg”, vertelt Rommie van Dokkum, als consulent verbonden aan DZB en de Ecotuin.

Europese gelden voor extra activiteiten

Naast het werken op de tuin zijn extra initiatieven nodig om werkzoekenden steviger op twee benen te leren staan. Daarin kunnen de Europese gelden voorzien. Een voorbeeld van deze mogelijke ‘extraatjes’ is de Boom-training, vertelt Van Dokkum, die de deelnemers ondersteunt in de stappen die ze zetten. ‘Tijdens deze training, verspreid over acht dagen, staat de persoonlijke ontwikkeling van een deelnemer centraal. Wat zijn of haar kwaliteiten zijn, wat diegene onderscheidt van anderen. Wat valkuilen zijn en wat kracht geeft. Het is een training waardoor werkzoekenden bewust worden van wie ze zijn en hoe ze de regie weer kunnen pakken over hun eigen leven.’ Om deze training te kunnen geven, zijn extra trainers nodig. En dat brengt extra kosten met zich mee. Net als voor het verzorgen van de lunch, ook een activiteit op de Ecotuin, vertelt Haakmat. ‘Mensen kunnen zelf inkopen doen en met gewassen van de tuin de lunch verzorgen. Zo’n activiteit draagt ook bij aan hun vorming.’

Werken op de tuin maakt veel inzichtelijk, vult Van Dokkum aan. ‘Het leert mensen op tijd op het werk te verschijnen. Je ziet of het mensen lukt samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen. En je ziet waar nog aan gewerkt moet worden, zodat ze straks de stap naar een baan kunnen maken. Je geeft ook mee waar ze wél goed in zijn. Want dat hebben ze misschien al jaren niet gehoord.’

De Ecotuin is een subproject van Arbeidsmarktregio Leiden. De Ecotuin zit in de projectaanvraag van DZB, die meedoet in de subsidie-aanvraag voor het ESF.

Op de foto: Rommie van Dokkum en Marianne Haakmat.

Twee vrouwen die staan in de Ecotuin

Gelijke Kansen en Non-Discriminatie (GKND)

Gelijke Kansen en Non-Discriminatie zal ook in de ESF+ programmaperiode 2021-2027 een rol van betekenis spelen. Momenteel werkt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan een programmavoorstel over dit ondewerp. U leest er meer over in een volgende editie van onze nieuwsbrief.

GKND: ESF 2014-2020

Gelijke kansen en voorkomen van discriminatie op de arbeidsmarkt was een zogenaamd horizontaal thema van het Europees Sociaal Fonds (ESF 2014-2020).
Wat is er nodig om meer aandacht te krijgen voor Gelijke Kansen en Non-Discriminatie (GKND) op de arbeidsmarkt? In 2014-2020 is daar, met behulp van het Europees Sociaal Fonds (ESF), hard aan gewerkt. In een digitaal magazine dat op de kop af één jaar geleden werd gemaakt, blikken we daarop terug en vooruit: https://magazine-on-the-spot.nl/esf-gknd/.

Omslagfoto van het digitale magazine on the Spot. Afbeelding van een groep mensen in een zaal.